Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.


We sturen je per e-mail een wachtwoord toe. Soms komt deze e-mail in je spambox terecht.

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.


aarbeiplant telen in de tuin

aardbeiAardbei

De aardbei is in tegenstelling tot alle andere fruitgewassen een kruidachtige plant. Het gewas wordt niet houtig en vormt geen struik of boom. De aardbei vertoont een duidelijk jaarritme. In het voorjaar loopt de plant bovengronds uit, bloeit, geeft vruchten in de loop van de zomer en sterft in het najaar grotendeels af. In het volgende voorjaar loopt de plant opnieuw uit. De aardbei is dus een meerjarig gewas en kan in principe jarenlang op dezelfde plaats blijven staan. De opbrengst aan vruchten en de kwaliteit ervan lopen na het tweede teeljaar echter sterk terug. Daarom kan de plant na het tweede jaar beter worden gerooid.

Er bestaan twee rassen: éénmaaldragende rassen en dóórdragende rassen.

Eénmaaldragende rassen bloeien in april en geven vruchten van half juni tot eind juli. Goede rassen zijn: ‘Elvira’, ‘Gorella’, ‘Senga Sengana’, ‘Sivetta’, ‘Tago’, ‘Tenira’ en ‘Vola’.

Dóórdragende of remonterende rassen bloeien vanaf april tot diep in het najaar. De vruchten kun je oogsten vanaf half juni totdat de nachtvorst invalt. ‘Rapella’ en ‘Ostara’ zijn goede doordragende rassen. ‘Ostara’ Wordt vaak aangeboden als klimaardbei. Het is echter geenzins een klimplant, zoals de naam doet vermoeden. Het klimmend effect wordt bereikt door uitlopers die in de loop van de zomer aan de plant ontstaan op te binden aan stokken, steeds een stukje hoger. Bind per plant niet meer dan drie of vier uitlopers aan en laat de plant niet hoger worden dan 1 à 1,5 meter. Anders gaat deze manier van telen teveel ten koste van de productie.

Grond en bemesting

Aardbeien kunnen op vrijwel alle grondsoorten groeien, indien deze niet te vochtig zijn. Op droge gronden zal de aardbeiteelt alleen slagen indien je de planten in droge perioden regelmatig van water voorziet.

Aardbeien zijn dankbaar voor stalmest. Deze wordt in de winter vóór het planten ondergespit: 4 tot 5 kg per vierkante meter is voldoende. Tijdens de teelt geef je hierop een aanvulling in de vorm van kunstmest. Enkele weken na het planten of als de planten in het voorjaar goed zijn uitgelopen, strooi je dan per vierkante meter 30 tot 40 gram mengmeststof 12+10+18 over het droge gewas. (Is het gewas nat tijdens het uitstrooien, dan verbrant het blad).

Verder is het raadzaam tijdens de bloei wat extra stikstof bij te mesten. Dit kan bijvoorbeeld met 20 tot 30 gram kalkammonsalpeter per vierkante meter.

Teelt van éénmaaldragende rassen

De beste planttijd voor éénmaaldragende rassen is eind juli begin augustus. Eén tot twee weken voordat je gaat planten maak je de grond goed los door te spitten. Hierdoor is de grond op het eigenlijke ogenblik van planten al wat ingezakt en niet meer té los. De plantafstand bedraagt 90 x 35 cm, dus tussen de rijen 90 cm en op de rij 35 cm afstand tussen de planten. Het is ook mogelijk de aardbeien op bedden te telen. Hiervoor plant je drie rijen met een onderlinge afstand van 70 cm, terwijl de afstand op de rij 35 cm is. Vervolgens houdt je een pad van 90 cm en dan weer drie rijen.

Plant vooral niet te diep. De knoppen aan de voet van de plant moeten boven de grond blijven. Wanneer te diep wordt geplant, zullen de planten slecht groeien en is de kans groot dat ze wegrotten.

Na het planten worden de plantjes stevig aangedrukt en geef je ze ruimschoots water. De eerste paar weken na het planten regelmatig begieten. Na enkele weken zie je uitlopers ontstaan. Deze vragen veel energie van de jonge plantjes en kunnen daarom beter worden weggesneden. In het najaar gaat het plantje in rust en sterft het bovengrondse deel af. Bij strenge vorst in de winter moet je aardbeien beschermen door ze af te dekken met stro of oud gordijn. Zodra een vorstperiode voorbij is, wordt het dekmateriaal weggehaald. In het voorjaar vormen de planten opnieuw blad en ze zullen in april bloeien. Om gave en schone vruchten te oogsten, kun je tussen de planten stro aanbrengen. Dit gaat het gemakkelijkst tijdens of vlak de bloei. Bescherm de oogst tegen vogelvraat door een net boven het veldje aan te brengen. Hiervoor zijn blauwe of fijnmazige netten het meest geschikt, omdat de vogels hier niet in zullen verstrikken.

Vanaf ongeveer half juni tot eind juli kun je vruchten oogsten. Zodra de aardbeien helemaal rood zijn, kunnen ze worden geplukt. Rijpe vruchten die te lang aan de plant blijven hangen, zullen vrij snel rotten. Dit is vooral het geval als het tijdens de oogstperiode vaak regent. Na de oogst verwijder je het net. Al spoedig zullen de planten dan uitlopers gaan vormen. Deze vragen veel energie van de plant. Om ook het volgend jaar een goede opbrengst te krijgen, kun je die ranken het beste jong afsnijden.

Het is ook mogelijk éénmaaldragende rassen in april te planten. Het nadeel hiervan is, dat het kleine plantje al spoedig na het planten zal bloeien. Dit kost zoveel energie, dat het kleine plantje nauwelijks zal groeien. Bovendien zijn de vruchten die ontstaan klein en weinig talrijk. Daarom moet je als er in april wordt geplant het eerste jaar alle bloemknoppen verwijderen. Je kunt dan voor het eerst anderhalf jaar na het planten oogsten.

Eenmaaldragende aardbeien vervroegen

Als je aardbeien in de platte bak teelt, is het mogelijk om al vanaf de eerste helft van mei te oogsten (dus een maand eerder dan normaal).

Voor deze teelwijze plant je net als in de volle grond (eind juli begin augustus).  Er komen ongeveer tien planten per raam te staan. Wanneer in november de planten in rust gaan, leg je het glas op de bak. Bij vriezend weer moeten de ramen worden gesloten. Bij open weer (dus als het niet vriest), zet je van elke twee ramen er één op een kiertje. Zet ze goed vast met de stormhaken. Zodra in het voorjaar de planten beginnen te groeien, wordt er geleidelijk meer gelucht. Bij het begin van de bloei gaan alle ramen ‘hoog op de lucht’, zodat de bijen de bloemen kunnen bestuiven. De ramen blijven in deze stand tot het einde van de oogst, tenzij het uitzonderlijk slecht weer is.

Een plastic tunnel geeft ongeveer tien dagen vervroeging. Plant de jonge plantjes eind juli begin augustus in de volle grond op een afstand van 90 x 35 cm. In de winter breng je over de planten een plastic tunnel aan. Deze kun je heel gemakkelijk zelf maken met behulp van bijvoorbeeld een plastic elektriciteitsbuis. J neemt daarvoor stukken van ongeveer twee meter lengte, die je rondbuigt en met de uiteinden in de grond drukt. Deze steunhoepels komen op een onderlinge afstand van ongeveer 1,5 meter. Over de hoepels span je plastic folie, dat wordt vastgezet met een tweede serie hoepels aan de buitenzijde. Aan de uiteinden wordt het plastic bijeengebonden en met een tentharing in de grond verankerd. Tijdens de bloei moet het plastic worden verwijderd, zodat de bijen voor de bestuiving kunnen zorgen. Ook na de bloei kan het plastic eraf blijven, tenzij het uitzonderlijk slecht weer is. Je kunt in de tweede helft van mei de eerste vruchten oogsten.

Zwart plastic geeft een vervroeging van vier tot vijf dagen. Voor het planten bedek je de grond met zwart plastic (landbouwfolie). Op de plantplaatsen maak je gaten in het plastic. Na het planten goed water geven. In het voorjaar neemt het plastic veel warmte op, waardoor de grond eronder wat sneller op temperatuur komt. Hierdoor zullen de planten vroeger uitlopen. Deze voorsprong behouden ze tot de oogst.

Behalve het vervroegen heeft het aanbrengen van zwart plastic het voordeel dat de groei van onkruid wordt belemmerd. Dit bespaart je veel werk. Op het plastic blijven de vruchten ook mooi schoon. Je hoeft daarom na de bloei geen srto onder de planten aan te brengen. Het nadeel van plastic grondbedekking is wel dat bemesten en water geven vrijwel onmogelijk wordt. Hierdoor kan de groei en productie sterk verminderen, met name op voedselarme en drooggevoelige gronden.

Teel van de doordragende aardbei

Doordragende aardbeien kun je in oktober of april planten. Plant zeker niet vroeger dan oktober, want dan worden de planten te zwaar en zal de opbrengst tegenvallen. Na de winter loopt de plant uit en zal in april de eerste bloemen geven. Vanaf half juni kun je dan oogsten.

De beste planttijd is eigenlijk april. Al spoedig na het planten worden dan wel bloemstengels gevormd, maar deze snij je weg om het plantje een goede start te geven. Vanaf half mei kun je de bloemstengels aan de plant laten, In juli zullen dan de eerste vruchten rijp zijn.

Neem de plantafstanden wat ruimer dan bij éénmaaldragende rassen, omdat het gewas veel forser uitgroeit. Tussen de rijen 90 cm en op de rij 50-55 cm.

Doordragende rassen bloeien de hele zomer tot in de herfst. Deze bloemvorming kost de plant veel energie, waardoor de vruchten die tegelijkertijd aan de plant hangen klein blijven. Daarom top je de bloemstengels vlak nadat deze zijn uitgebloeid. Per bloemstengel laat je vier à vijf vruchten tot ontwikkeling komen. Je oogst dan weliswaar minder vruchten, maar ze zijn veel beter van kwaliteit. In juli en augustus zie je uitlopers aan de plant ontstaan. Deze snij je jong weg om voldoende groei in het gewas te houden.

Ook bij de doordragende ofwel remonterende rassen moet je de oogst beschermen tegen vogelvraat door er een net over aan te brengen.

Vermeerdering

Aardbeien zijn heel gemakkelijk zelfs te vermeerderen. De plant vormt in de loop van de zomer uitlopers. Voor de groei en de productie zou het beter zijn als je deze uitlopers vroeg wegsnijdt. Maar je kunt natuurlijk iets op groei en productie toegeven en een aantal uitlopers laten uitgroeien tot plantjes.

Laat alleen uitlopers aan de beste planten doorgroeien en bereken hoeveel planten je nodig hebt voor een nieuw aan te leggen veldje. Alle overtollige uitlopers kun je dan alsnog wegsnijden. Bij éénmaligdragende rassen snij je de kleine plantjes eind juli begin augustus van de moederplant en plant ze meteen op het nieuwe prodictieveldje.

Bij de doordragende of remonterende rassen snij je de jonge plantjes in oktober van de moederplant, J kunt ze dan meteen op het nieuwe veld zetten. De afgesneden plantjes kunnen worden opgepot in potten met een doorsnede van 10 cm en worden weggezet in een platte bak om te overwinteren. Deze plantjes worden dan in april uitgeplant.

aardbei Botrytis cinereaZiekten

Tijdens de teelt kunnen zich aantastingen voordoen, echter zelden in zo ernstige mate dat de hele oogst verloren gaat. De meest voorkomende kwaal is vruchtrot, veroorzaakt door grauwe schimmel (Botrytis cinerea). Vruchten die zijn aangetast worden bruin, verrotten en worden bedekt met een grijsbruin schimmelpluis. Ze zijn uiteraard niet meer geschikt voor consumptie. Ook de bladeren en de stengels kunnen door de schimmel worden aangetast. Botrytis slaat vooral zijn slag wanneer de vruchten lang vochtig zijn, dus wanneer het veel regent of als het gewas zo ‘vol’ is dat het niet kan opdrogen, doordat de wind er niet doorheen kan waaien.

Je kunt de aantasting gedeeltelijk voorkomen door het gewas voldoende open te houden. Dit betekent dat uitlopers jong worden weggesneden en dat er zo nu en dan wat blad moet worden geplukt. Aangetaste vruchten haal je natuurlijk snel weg, om uitbreiding van de ziekte te voorkomen.

Ook met chemische middelen kan Botrytis worden voorkomen. Hiervoor moet je vanaf het opengaan van de eerste bloemen elke tien dagen tot uiterlijk zeven dagen vóór de pluk spuiten met ‘Eupareen M’ of tot uiterlijk veertien dagen voor de pluk met ‘Ronilan’.

 

Vindt je dit een nuttig artikel? dan stel ik het op prijs als je even een tweet of een like zou willen geven, alvast bedankt. 

%d bloggers liken dit: