Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.


We sturen je per e-mail een wachtwoord toe. Soms komt deze e-mail in je spambox terecht.

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.


peren kweken

peren kwekenperen zijn afkomstig uit midden Azië, maar al sinds lange tijd worden ze in onze streken geteeld. De teelt is ook heel mogelijk, hoewel deze wel wat moeilijker is dan die van appels. Een perenboom groeit erg sterk, met zeer steile takken. Daardoor hangen de eerste vruchten pas na vier of vijf jaar na de planten aan de bal. Peren bloeien in de regel een tot twee weken eerder dan appels. De kans op schade door nachtvorst is dan ook aanmerkelijk groter dan bij appels. Bovendien hebben veel pererassen last van beurtjaren, jaren waarin ze heel weinig vruchten dragen. Door een goede verzorging van de bomen kunnen deze problemen grotendeels worden voorkomen en is het heel goed mogelijk, jaarlijks een rijke peren Oost uit eigen tuin te verkrijgen.

rassenkeuze in bestuiving

bij peren is de rassenkeuze gemakkelijker dan bij de appel. Er zijn namelijk veel minder rassen.

Aller eerst moet u bedenken of u een weerbeeld voor verse consumptie dan wel een stoofpeer die alleen geschikt is voor verwerking. Verder is het belangrijk, te weten of de vruchten ontstaan na zelfbestuiving of dat kruisbestuiving noodzakelijk is.

Bij een perenras dat zelfbestuiving is, kunt u volstaan met het planten van slechts een boom. Ontstaan de vruchten alleen een kruisbestuiving dan moet minimaal twee bomen planten, elk van een ander ras. kiest u bijvoorbeeld een conference, dan kunt u met het planten van een boom volstaan, omdat er ten dele zelfbestuiving optreedt. Meer en betere vruchten ontstaan toch door kruisbestuiving. Bestuivers kunt u kiezen uit Beurre Hardy, Bonne Louise, Clapp’s Favourite, Doyenné du Comice, Supertrévoux en Triomphe de Vienne. op zijn beurt kanConférence ook elk van deze rassen bestuiven. U hebt dus opbrengst als u twee bomen plant.

moeilijker wordt het als u een Saint Remy wilt planten. Deze Peer vormt namelijk geen goed stuifmeel. wilt u nu dus slechts twee bomen planten, dan zult u de zelfbestuivende Gieser Wildeman ernaast moeten zetten. belandt u niet de Gieser Wildeman maar bijvoorbeeld Beurre Hardy, dan krijgt u wel vruchten aan de Saint Remy, maar niet aan de Beurre. Om aan de Beurre Hardy voldoende vruchten te laten ontstaan, moet er in deze situatie een derde was bij, bijvoorbeeld de conference. Dan zullen aan alle drie bomen vruchten ontstaan. een aantal pererassen heeft het voordeel dat ook zonder bestuiving en bevruchting vruchten worden gevormd. Dit verschijnsel wordt parthenocarpie genoemd. De parthenocarpe vruchten bezitten geen zaden en blijven meestal wat kleiner dan de vruchten die ontstaan na bestuiving.

Als een tuin hebt in een volkstuinencomplex, Zich over de bestuiving niet zo’n zorgen te maken.meestal staat er binnen een straal van een kilometer dan wel een bestuiven ras.

Als een aantal jaren na de planten het peren was nog niet erg aanstaat, kunt u de bomen altijd om enten met een ander pererassen.

grond en bemesting

weer een groei het best op een goede, vochthoudende, zware zavel grond. op een zware kleigrond kan de Peer toch nog wel goed groeien,mits ze maar voldoende diep kan wortelen. Op een lichte zandgrond laat de groei vaak te wensen over en hebben de bomen al snel last van droogte. Om dit te voorkomen moeten op zandgrond in droge perioden geregeld een flinke hoeveelheid water geven. Op de droogte gevoelige grond doet u er ook goed aan, elke winter de bodem rond de plantvoet te bedekken met organische stof, bijvoorbeeld stal mest of compost. Hierdoor verdampt er minder water uit de bodem, waardoor de grond vochtiger blijft. Door deze bodembedekking wordt de kans op nachtvorst schade echter wel wat groter. Strooien in februari of maart 50 g mengmeststof (12 + 10 + 18) per vierkante meter rond de plantvoet. Op zure gronden voegt u daar ook nog 50 g kalk aan toe per vierkante meter. Als de bomen slecht groeien, kunt u in juni of juli nogmaals bemesten; 20 g mengmeststof 12 + 10 + 18 per vierkante meter.

Planten

peren groeien graag op een beschutte, zonnige plaats. De onderlinge afstand bedraagt ongeveer 2 m voor de nu meest verkochte spillen, de moderne kleine bomen. (hoogstam staat wel 9 m uit elkaar!) Omdat jonge perenbomen behoefte hebben aan een steuntje, slaat u voor het planten gecreosoteerde of rubber palen 60 cm diep de grond in. De paal moet ongeveer 2,50 m lang zijn en een middellijn van 6 cm.

De beer wordt gepland aan de Noord oostkant van de paal, zodat de overwegend zuidwesten winden de Boom van de paal afzwaaien; dit voorkomt schuurwonden.

De afstand tussen boom en paal moet bij het planten 15 cm zijn. De boom wordt immers in de komende jaren flink dikker. Zorg er verder voor dat de entplaats, die meestal herkenbaar is aan een knobbel op de stam, ongeveer 15 cm boven de grond blijft.

Snoei

meteen naar het planten topt u onvertakte bomen op 80 cm boven de grond. Als de boompjes wel voorzien zijn van een zijtakjes, dan snoeit u harttak op 20 cm boven de hoogste vertakking. Voorts is het belangrijk dat u de eerste jaren na de planten niet of zo weinig mogelijk snoeit. Beperk in deze jaren het snoeien tot het wegknippen van gebroken takjes. Weer is immers van nature een forse groeier; snoeit u veel, dan stimuleert u deze groei. Dat zal ten koste gaan van de productie.

De eerste jaren na de planten moeten de groei afremmen door takken uit te buigen, zodat u eerder vruchten kunt oogsten. U kunt alle stijlen takken uitbuiten van maart tot augustus; ze zijn dan soepel en laten zich gemakkelijk bewerken. In de winter zijn de takken stug en is de kans groot dat ze tijdens het uitbuigen afbreken. Wacht niet te lang met uitbuigen; je kunt daar het best al in de eerste zomer naar de planten mee beginnen. Wanneer u later uitbuigt, zijn de takken te dik, waardoor ze zich niets meer in de goede stand laten buigen.

Halverwege de takken die u wilt uitbuigen, maakt u een zacht touw vast met een ruime lus. Buig de tak in een horizontale stand en maak het strak getrokken trouw vast aan de paal of span het met een tent haring naar de grond. Ongeveer een jaar na het uitbuigen kunt u het touw weghalen. De tak blijft dan in horizontale stand.

De eerste 3-4 jaar na de planten buigt u elk jaar opnieuw een aantal nieuwgevormde takken uit. Wanneer de boom gevormd is en vruchten draagt, is uitbuigen meestal niets meer nodig. Dan kunt u erg steile takken beter helemaal af snoeien.

Peren vertonen over het algemeen een sterke kop groei: bovenin worden de bomen al vrij snel te vol. snoei de zware takken in de kop helemaal weg, vlak boven een zwakkere tak. Als u de kop niet van tijd tot tijd vervangt, zal de boom op den duur te weinig licht krijgen en zullen de vruchten slecht van kwaliteit worden.

Als een weer eenmaal vruchten draagt moet de snoei erop gericht zijn dat de bomen niet te vol wordt. Hou zes of zeven grote zijtakken aan de harttak aan en proberen hier wat korter zij houdt op te krijgen.

Dunnen

als het tijdens de bloei gunstig weer is geweest, is de kans groot dat de boom een overvloed aan vruchten draagt. Vaak kan de boom dan niet alle vruchten van voedingsstoffen voorzien en zal er in juni een aantal spontaan afvallen; dit wordt de juni ruim een keer rui of juni val genoemd. Met name conference kan zoveel vruchten vormen dat er na juni nog te veel vruchten aan de boom hangen. De peren zullen dan klein blijven en minder zoet smaken.

Daarom moet u beginnen juli nog wat nadunnen. Overal waar twee of meer vruchten dicht bij elkaar hangen, haalt u de slechtste weg. Uw oogst dan wel minder vruchten, maar ze zijn beter van kwaliteit. Bovendien beperkt u als u voldoende dunt de kans op beurt jaren.

Oogsten, bewaren en verwerken

de vroegste peer, Supertrévoux, kunt u al in de tweede helft van augustus oogsten. Pluk vooral niet te vroeg; de peren zijn pas pluk rijp als ze gemakkelijk loslaten van de boom. Pas echt lekker worden de vruchten als ze een paar dagen later naar rijpen bij kamertemperatuur. Ze zijn dan eet rijp. Vruchten die u wilt bewaren, moet een extra voorzichtig worden geoogst. Elke beurse plek die bij de oogst ontstaat, zal later aanleiding zijn tot rotting van de vruchten. Ook vruchten die al bij het oogsten beschadigingen vertonen, kunt u niet bewaren. Zet de kisten met bewaar fruit koel weg en bescherm ze met een net tegen vogels. Laat de kisten niet op de grond staan, want dan zijn het de muizen die u of weer een voorraad te lijf gaan.

Controleer de kisten met vruchten geregeld in verwijdert steeds alle ratten of aangetaste vruchten. Voor het verwerken van een grote oogst peren zijn er tal van mogelijkheden.

 

%d bloggers liken dit: