Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.


We sturen je per e-mail een wachtwoord toe. Soms komt deze e-mail in je spambox terecht.

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.


Grondverbetering voor fruitbomen

grondbemestingVerschillende grondsoorten

Een goede grondsoort voor fruitteelt is de zavelgrond. Dit is een grondsoort die het midden houdt tussen de zware en weinig zuurstof bevattende kleigrond, en de losse en snel uitdrogende zandgrond.

Op kleigrond is fruitteelt ook goed mogelijk, mits de bovenlaag maar niet te vast is en overtollig water goed kan worden afgevoerd. Kleigrond is bij uitstek geschikt voor de teelt van bewaarfruit.

Op zandgrond is fruitteelt eveneens mogelijk als de bomen en struiken in een droge periode maar regelmatig van water worden voorzien. Doordat zand in het voorjaar snel opwarmt, is deze grondsoort zeer geschikt voor teelt van vroege rassen.

Veengrond leent zich niet zo goed voor de teelt van vruchtbomen en vruchtstruiken. Meestal is de teeltlaag te dun, doordat de grondwaterstand hoog is. Bovendien is veen vaak zuur. Veengronden zijn wel goed geschikt voor de teelt van blauwe bessen (bosbessen).

Bemesting van tuingrond

Voor een evenwichtige groei van fruitbomen en fruitstruiken is het heel belangrijk dat het wortelstelsel vanaf het moment van planten kan beschikken over voldoende voedingsstoffen. Bomen of struiken die in voedselarme gronden worden geplant, zullen slecht groeien. Het gevolg hiervan is een sterk verminderde opbrengst. Met behulp van speciale grondonderzoek sets, zoals die in de handel te koop zijn, kunt u zelf bepalen of de bodem voldoende voedingsstoffen bevat.

Bemesting kan gebeuren in de vorm van organische mest of kunstmest.

Organische mest

Organische mest is stalmest, compost of groenbemester. Deze meststoffen hebben het voordeel dat de bodemstructuur wordt verbeterd en dat het bodemleven verrijkt. Vooral op zandgrond kan stalmest een erg gunstige invloed hebben op de watervasthoudendheid van de grond. Op kleigrond moet het gebruik van stalmest worden afgeraden, omdat deze grond er erg kleverig van wordt. Compost en groenbemester zijn voor kleigrond wel zeer geschikt.

Vóór het vlanten moeten de organische meststoffen worden ondergespit. Als de bomen en planten eenmaal staan, mag de grond niet te diep meer worden bewerkt. De kans dat u hierbij wortels beschadigt is erg groot. Toch blijven de bomen om bemesting vragen. Deze mest kunt u dan het beste doorwerken in het bovenste laagje grond. De voedingsstoffen zakken met het regenwater dieper de grond in en kunnen dan door de wortels worden opgenomen.

De biologische tuider heeft voor dit bijmesten de keuze uit vele soorten geconcentreerde organische mest, die in poedervorm of korrels te koop zijn. Deze meststoffen zijn afkomstig van planten, dieren en/of gesteenten. De voedingsstoffen worden langzaam afgegeven, waardoor de planten niet na elke bemesting een groeistoot krijgen. Wanneer snel effect wordt vereist van een meststof en wanneer u precies wilt weten hoeveel en welke voedingsstoffen u toedient, kunt u beter kunstmest gebruiken.

Kunstmest

Kunstmest is gemakkelijk te verwerken en bovendien goedkoper dan de meeste organische meststoffen. Er zijn enkelvoudige en samengestelde kunstmeststoffen in de handel. Sommige meststoffen werken snel, andere langzaam. Keuze genoeg.

Stikstof

Fruitbomen hebben over het algemeen een vrij grote behoefte aan stikstof. Bij gebrek aan stikstof zal de boom nauwelijks groeien en blijven de vruchten klein. Jaarlijks bijmesten met stikstofmeststof is dan ook noodzakelijk. Het beste is, in het vroege voorjaar een langzaamwerkende meststof toe te dienen. Na een regenrijke periode moet dit worden aangevuld met snelwerkende meststof. In regenrijke periode spoelt er namelijk veel stikstof weg.

Fosfor

Vruchtgewassen hebben een geringe behoefte aan fosfor. Fosfaatbemesting kan in februari worden uitgevoerd met bijvoorbeeld superfosfaat.

Kalium

De kaliumbehoefte van fruitbomen is vrij groot. Wel wordt kalium gemakkelijk uit de bodem opgenomen. Kaliumgebrek uit zich in het afvallen van reeds gevormde vruchten, bladeren die midden in de zomer bruine randen vertonen en een veel te vroege bladval. De hoeveelheid kalium kan ieder voorjaar worden aangevuld met bijvoorbeeld patentkali.

Calcium

Calcium (kalk) zorgt voor stevigheid van de celwanden. Door gebrek aan kalk kunnen groeiremmingen ontstaan. Bovendien bevordert kalk een goede structuur van de bodem. Teveel kalk in de bodem kan er echter de oorzaak van zijn dat de planten te weinig ijzer en mangaan opnemen. Daarom moet alleen kalk worden bijgemest wanneer uit een grondonderzoek blijkt dat het kalkgehalte te laag is. De test hiervoor is heel gemakkelijk zelf uit te voeren met de pH-testers die in de tuincentra te koop zijn. Op zandgrond vraagt fruitteelt een pH van 5,5 en op kleigrond moet de pH 6,5 zijn. Kalk kan het beste in de winter worden toegediend.

MulchenMulchen

Mulchen is het bedekt houden van de bodem met afgemaaid gras, stalmest, compost of stro.

Door het aanbrengen van een mulchlaag:

  • blijft de grond vochtiger
  • blijft de structuur van de bodem optimaal
  • slaat de bovenlaag bij harde regen minder snel dicht
  • krijgt onkruid minder kans
  • zal lichte grond vrijwel niet wegstuiven

Nadel van een mulch-laag:

  • de grond warmt in het voorjaar minder snel op met als gevolg dat de groei wat langzamer op gang komt
  • De bodem blijft in een natte zomer erg lang vochtig, waardoor wortels kunnen gaan rotten
  • trekt muizen en woelratten aan
  • het gevaar voor beschadiging wordt door nachtvorst groter, omdat de bodem overdag minder snel opwarmt.

Een mulch-laag is goed:

  • op droge gronden die snel uitdrogen
  • bij oppervlakkig wortelende gewassen, zoals framboos en bessen.

KleigrondKleigrond

  • kleigrond is een vaste, gauw natte grond die moeilijk te bewerken is; deze vaste structuur is te verbeteren door stro of compost onder te werken, eventueel vermeng met zand.
  • deze grond is van nature rijk aan voedingsstoffen, maar fruitgewassen moeten in het voorjaar toch wel wat worden bijgemest.
  • kleigrond is sterk watervasthoudend; wanneer u de bovengrond (door wekelijks te schoffelen) loshoudt, droogt de grond nauwelijks uit, dit betekent dat er in droge perioden niet hoeft te worden begoten.
  • de grond is heel geschikt voor teelt van bewaarfruit.

Veengrond

  • veengrond bestaat voor het grootste gedeelte uit plantenresten, waardoor het humusgehalte erg hoog is
  • de grond heeft een groot watervasthoudend vermogen, droogt dus niet snel uit.
  • het heeft over het algemeen slechts een dunne teeltlaag, waardoor de planten opervlakkig wortelen.
  • het is een erg zure grondsoort.
  • veengrond is ongeschikt voor vrijwel alle fruitsoorten, een zware bekalking kan enige verbetering geven.
  • de grond is wel geschikt voor teelt van blauwe bessen (bosbessen).

Zandgrond

  • zandgrond is een lichte droogtegevoelige grond die gemakkelijk te bewerken is, (zandgrond in de winter bedekt houden en in het voorjaar omspitten om te voorkomen dat deze grond gaat stuiven) .
  • de grond is van nature arm aan voedingsstoffen (fruitgewassen moeten vanaf het voorjaar enige keren worden bemest).
  • zandgrond is niet watervasthoudend (tijdens droge perioden regenmatig water geven om uitdroging te voorkomen, door jaarlijks stalmest onder te spitten kan zandgrond op den duur meer water vasthouden).
  • deze grond is geschikt voor de teelt van vroege fruitsoorten, fruit van de zandgrond laat zich moeilijk bewaren.

Vond u dit een goed artikel? dan stel ik het op prijs als u dit even wilt twitteren of liken. Al vast bedankt.

%d bloggers liken dit: